Resistentie tegen antibiotica is een van de belangrijkste hedendaagse bedreigingen voor de volksgezondheid.

In Europa alleen al sterven er jaarlijks 33.000 mensen aan de gevolgen van antibiotica resistentie.[1]

Vooral in Azië en Zuid-Europa zijn er rampscenario’s aan de gang waarbij zogenaamde multiresistente bacteriën niet meer gevoelig zijn voor antibiotica. Het gevolg is dat er steeds meer mensen sterven aan gewone infectieziekten (zoals blaasontsteking) veroorzaakt door multiresistente bacteriën. Een van de belangrijkste factoren die bijdraagt aan de ontwikkeling van resistentie is het gebruik van breedspectrum antibiotica. Hoe meer antibiotica we gebruiken, hoe beter bacteriën in staat zijn resistentie mechanismen te ontwikkelen om alsnog te kunnen overleven. In landen in Azië en Zuid-Europa is het mogelijk om antibiotica “over the counter” te kopen. Dat betekent dat iedereen zonder recept antibiotica kan kopen. Dit heeft ertoe geleid dat er in deze landen nu sprake is van een rampscenario waarin multiresistente bacteriën zich razendsnel verspreiden. Resistentie tegen antibiotica treedt helaas sneller op dan dat er nieuwe antibiotica worden ontwikkeld.

 

HET PROBLEEM IN NEDERLAND

In Nederland zijn we altijd terughoudend geweest in het voorschrijven van antibiotica in de humane sector. We zien dus nog niet zoveel resistente bacteriën als in Azië en Zuid-Europa, maar ze nemen zeker toe.[2] Een belangrijke reden hiervoor is dat er in de veehouderij veel meer antibiotica wordt gebruikt dan in de humane sector. De Nederlandse veehouderij gebruikt zelfs ten opzichte van andere Europese landen veel meer antibiotica. Omdat er bij dieren en mensen dezelfde antibiotica worden gebruikt heeft antibiotica resistentie bij dieren ook consequenties voor de werkzaamheid van de antibiotica die worden gebruikt in de humane gezondheidszorg. Overdracht van resistente bacteriën van dieren naar mensen kan via direct contact met het dier, via consumptie van besmet vlees of eieren en belangrijker, via het oppervlakte water en de mest die in het milieu terecht komen.[2]

 

WAT WORDT ER AAN HET PROBLEEM GEDAAN?

Tot 2012 was het wettelijk nog mogelijk om preventieve antibiotica te gebruiken in de veehouderij. Dit werd toegepast ter bevordering van de groei van het vee door minder uitval van ziekte en een betere voederconversie. Preventieve antibiotica werden vooral toegepast in de intensieve veehouderij waar dieren dicht op elkaar leven. Ook werd er veelvuldig gebruik gemaakt van diervoer waar antibiotica aan toegevoegd was. Dit systeem was economisch rendabel omdat antibiotica goedkoop zijn.

In 2009 hebben de overheid (ministerie van Economische Zaken) en de veehouderij regels opgesteld voor het verminderen van antibioticumgebruik in de veehouderij:

    • Alleen een dierenarts mag antibiotica voorschrijven
    • Een dierenarts moet het bedrijf inspecteren en beoordelen. Daarna mag hij pas antibiotica voorschrijven en toedienen aan zieke dieren
    • Alleen onder strikte voorwaarden mag een veehouder zelf antibiotica toedienen
    • Pluimveehouders, melkveehouders, kalverhouders en varkenshouders moeten het gebruik van antibiotica op hun bedrijf registeren. De Autoriteit Diergeneesmidellen (SDA) legt de gegevens vast
    • De SDA maakt regels voor goed gebruik van antibiotica
    • Antibiotica die als laatste keuzemiddel voor mensen worden gebruikt, mogen niet of alleen onder strikte voorwaarden worden gebruikt bij dieren
    • Veehouders mogen geen dieren aanleveren voor de slacht waar resten van antibiotica in zitten
    • De NVWA controleert de registratie van de bedrijven en het gebruik van antibiotica in de veesector

Het doel van de bovenstaande maatregelen was om vóór 2013 het antibiotica gebruik in de veehouderij te halveren ten opzichte van 2009. Het doel voor 2015 was een reductie van 70% ten opzichte van 2009. De maatregelen hebben ertoe hebben geleid dat het antibioticumgebruik in de veehouderij drastisch is gedaald de laatste jaren. Het is een project geweest dat zeer goed is gemonitord en groots is aangepakt. De kanttekening is dat er ondanks een forse reductie nog steeds meer antibiotica wordt gebruikt in de veehouderij dan in de humane sector. In 2016 kende Nederland met minder dan 11 standaarddoseringen per 1000 inwoners per dag het laagste gebruik binnen Europa bij mensen. Het aantal standaarddoseringen in 2016 in de intensieve veehouderij was ongeveer 10 voor vleesvarkens, 30 voor vleeskuikens en 60 standaarddoseringen voor vleeskalveren per 1000 dieren per dag.[3,4,5]

 

HOE WORDT HET PROBLEEM IN STAND GEHOUDEN?

Momenteel bestaan er nog steeds grote verschillen in het antibiotica gebruik tussen boeren binnen Nederland. Ook vlakt de daling in antibiotica gebruikt nu langzaam af. Dat zou kunnen duiden op een gebruiksniveau dat gezien de veepopulatie in Nederland noodzakelijk is om dieren gezond te houden. Waarschijnlijk draagt het steeds verder toenemend aantal megastallen hieraan bij. De status nu is dat men extra onderzoek nodig heeft om effecten van potentiële maatregelen te onderzoeken op het niveau van de individuele boer. Daarnaast heeft de KNMvD voor de periode 2016-2020 een beleid uitgezet waarin de nadruk naast reductie van antibiotica met name op infectiepreventie en monitoring ligt. Hoe hygiënischer de leefomstandigheden (minder dieren op elkaar, goede stallen, goede ventilatie) hoe minder (overdracht van) ziekte er kan ontstaan. Dit zorgt vervolgens voor minder noodzaak van antibiotica. Het thema blijft dus actueel al is er al een grote slag geslagen.[5]

Houseofanimals.nl maakt gebruik van cookies. Voor het plaatsen van noodzakelijke cookies en cookies voor geanonimiseerde websitestatistieken is geen toestemming vereist. Wil je een optimaal werkende website? Geef dan hier toestemming voor het gebruik van de daarvoor benodigde cookies, voor meer informatie zie het privacybeleid.