In 2017 telde Nederland ruim 2,3 miljoen ganzen.

Dit aantal staat in schril contrast met de periode aan het begin van de 20ste eeuw, toen de gans in Nederland bijna volledig was uitgestorven. Door de komst van de Oostervaardersplassen rond 1970 is er weer een opmars van ganzen in Nederland ontstaan. Het aantal ganzen nu is tien keer zoveel als in 1975.[1]

Ganzen staan momenteel volop in de belangstelling omdat met name de mening van de landbouwsector is dat de groeiende aantallen ganzen landbouwschade veroorzaken, veiligheid van vliegverkeer riskeren, mogelijk negatieve effecten hebben op andere broedvogels en schade aan (bijzonder) vegetaties geven. Hierdoor wordt er door groepen in de landbouwsector sterk gepleit voor maatregelen omtrent het beheer van ganzen in Nederland.[1]

 

 

SOORTEN GANZEN

Er zijn veel soorten ganzen te vinden in Nederland: de brandgans, de dwerggans, de grauwe gans, de grote Canadese gans, de Indische gans, de kleine rietgans, de kolgans, de nijlgans, de roodhalsgans de rotgans, de sneeuwgans, de soepgans, de taigarietgans, de toendrarietgans en de witbuikrotgans.[1] Tegenwoordig zijn er gedurende het hele jaar ganzen in Nederland aanwezig.

Ganzen in Nederland zijn te verdelen in twee groepen: winterganzen (overwinterende ganzen, ook wel doortrekkers of wintergasten genoemd) en zomerganzen (broedvogels die het gehele jaar in Nederland verblijven, ook wel standganzen genoemd). De meeste winterganzen zijn broedvogels uit Noord- en Oost-Europa en de Arctische toendra’s tussen Spitsbergen en West-Siberië. Ieder najaar vliegen er grote groepen ganzen naar ons land om hier te overwinteren. Nederland is een belangrijke bestemming: overdag is er voldoende voedsel te vinden in de weilanden en akkers en ’s nachts bieden onze wateren een veilige slaapplaats. Enkele soorten, zoals de grauwe gans, hebben zich nu ook permanent als broedvogel in Nederland gevestigd.[1]

De meeste voorkomende winterganzen zijn de kolgans, brandgans, grauwe gans, toendrarietgans en de rotgans. Het totale aantal winterganzen in Nederland op het hoogtepunt van het winterseizoen is ruim 2 miljoen. Dit aantal is de afgelopen 10 jaar stabiel gebleven. Wel wisselen de soorten die ons land aandoen over het afgelopen decennium.[1]

De meest voorkomende zomergans is de grauwe gans. Het aantal zomerganzen is beduidend lager dan de ganzenpopulaties in de winter. Jaarlijkse tellingen door Sovon en wildbeheerseenheden schatten aantallen van 60.000 zomerganzen in de maand juli. Onderzoeksbureau Alterra (Wageningen Environmental Research) vond echter dat de wildbeheereenheden systematisch meer dieren tellen. Bij de grauwe gans telden de wildbeheereenheden 60-70% meer dieren en bij de Canadese gans en nijlgans telden de wildbeheereenheden maar liefst 197-200% meer dieren.[1] Op basis van deze tellingen van het aantal zomerganzen wordt faunabeheer- en afschotbeleid gebaseerd.

 

 

NEDERLAND GANZENLAND

Nergens anders in Europa zijn er zo veel overwinterende en doortrekkende ganzen als in Nederland. Van 5 van de 14 soorten ganzenpopulaties in Noordwest-Europa verblijft meer dan de helft van de hele populatie binnen onze landsgrenzen.[1]

Nederland is aantrekkelijk vanwege het vlakke landschap met de natte natuur waarin ganzen zich veilig kunnen ophouden en groen akkerland waarop zij kunnen grazen. Daarnaast worden de Nederlandse akkers intensief bemest waardoor deze in de winter relatief groen en eiwitrijk zijn.[1,2] De overvoeding van de ganzen door de intensieve landbouw in Nederland leidt tot een betere conditie van de ouderganzen die daardoor meer jongen kunnen grootbrengen.[2]

 

 

AFSCHIETEN EN VERGASSEN VAN GANZEN

In de periode 2004 tot en met 2012 is getracht het aantal zomerganzen in de provincie Utrecht te verminderen met behulp van afschot, afvangst en nestreductie. Het heeft tot nu toe echter niet geleid tot een daling van de populatie en een afname van de schade.[1] Het afschieten van ganzen leidt tot minder trek naar broedgebieden, waardoor er in deze broedgebieden minder concurrentie ontstaat en er dus meer voedsel vrijkomt met een beter broedresultaat tot gevolg.[2,3] Ook een studie door de Radboud Universiteit, Sovon Vogelonderzoek Nederland en het Nederlands Instituut voor Ecologie toonde aan dat als er meer ganzen worden afgeschoten dit hooguit leidt tot een lokale afname van de populatie, die vermoedelijk wordt gecompenseerd door meer jongen elders. Verhoogd afschot zorgt volgens het onderzoek niet voor een vermindering van de ondervonden schade. Extra verjaging of bejaging kan leiden tot een uitgestelde voorjaarstrek, een grotere voedselbehoefte van de ganzen met als gevolg meer schade.[4]

Naast het feit dat het afschieten van ganzen geen duurzame oplossing is voor populatiebeheer, is het willekeurig afschieten van ganzen in een groep extreem stressvol voor de gans en veroorzaakt angst en verstoring van harmonie binnen de groep. Ganzen zijn trouwe dieren. Ze zijn trouw aan hun partner, de plekken die ze bezoeken en ze gebruiken veel dezelfde slaap- en broedplaatsen. Daarnaast is de gans vanwege zijn lichaamsbouw en gedrag een moeilijke diersoort om te bejagen. Ganzen zijn grote vogels en dit maakt het inschatten van hoogte en snelheid lastig. Hierdoor worden veel ganzen bijvoorbeeld geraakt in hun vleugel en kunnen niet meer verder vliegen. Gewonde ganzen sterven niet zelden een langzame en pijnlijke dood.[2]

Naast het afschieten van ganzen, worden er in Nederland jaarlijks tienduizenden ganzen met toestemming van provinciebesturen vergast. Duke faunabeheer vangt en doodt ganzen in verschillende provincies in Nederland. Dit gebeurt wanneer de ganzen in de rui zijn. Dit is een periode van 3-4 weken, waarin de ganzen en hun jongen niet kunnen vliegen. De volwassen ganzen zijn in de slagpenrui en de jongen krijgen voor het eerst veren. Duke Faunabeheer drijft tijdens de ruiperiode grote groepen ganzen bijeen. In een uitgekozen gebied wordt een grote fuik opgebouwd. De fuik bestaat uit een hekwerk dat aan het begin tientallen meters breed is, geleidelijk smaller wordt en uitkomt in een vangkraal. De ganzen worden op het water met bootjes bijeengedreven en in de fuik op het land gejaagd. Wanneer er genoeg ganzen in de fuik zitten, worden ze in de gaskar geladen. De ganzen vertrappen elkaar, proberen in paniek te ontsnappen en eenmaal in de kar worden de dieren met honderden tegelijk met koolstofdioxide vergast.[2] Vergassing met koolstofdioxide zorgt voor stress, angst, pijn en een langzame dood. Niet alle ganzen worden gevangen, sommige weten te ontkomen. Deze ganzen moeten verder zonder hun soortgenoten en zonder hun familie.

In 2018 heeft de provincie Utrecht en Zuid-Holland het vergassen van ganzen verboden omdat het het beoogde doel (faunabeheer) niet dient.[2]

 

DUURZAME, NATUURLIJKE EN DIERVRIENDELIJKE OPLOSSINGEN

Om tot een beperking van de ganzenschade in landbouwgebieden te komen wordt de inzet van duurzame maatregelen binnen het ganzenbeleid verder onderzocht. Doordat al sinds 1997 de broedpopulatie van grauwe ganzen in de Nijmeegse Ooijpolder intensief wordt gevolgd, is ontdekt dat jonge ganzen die op grasland wonen een betere conditie en een hogere overleving hebben dan jonge ganzen die in extensieve kruidenrijke terreinen opgroeien. Extensiveren van de leefomgeving kan dus helpen om de groeisnelheid van de lokale broedpopulatie af te remmen.[1]

In de provincie Friesland zijn rasters om de broedgebieden geplaatst zodat de ganzen niet vanuit het moeras naar de landbouwpercelen konden verplaatsen. Het bleek dat de jonge ganzen een significant slechtere overleving hadden in de jaren dat er een raster werd geplaatst ten opzichte van de jaren waarin er geen raster aanwezig was. Met een raster om een moeras of broedgebied kan zodoende de ganzen populatie worden beheerd.[1] Er zouden dus ganzengebieden kunnen worden ingericht, rustgebieden waar ganzen ongestoord kunnen verblijven, en niet-ganzengebieden. De gebieden waar niet gebroed, gerust en gegeten mag worden kunnen onaantrekkelijk worden gemaakt door het omploegen van oogstresten, verbouwen van andere soorten gewassen (zoals olifantsgras wat ganzen niet lusten) en het gebruik van lasers.[2]

Een alternatief voor het afschieten van ganzen is het inzetten van de natuurlijke vijand van de gans, de vos, welke in Nederland intensief wordt bejaagd. Vossen zijn geduchte predatoren van ganzenlegsels, kuikens en (soms) volwassen grauwe ganzen. Een pilotstudie met nestcamera’s in de Ooijpolder bracht aan het licht dat vossen verantwoordelijk waren voor tenminste 65% van alle geroofde legsels. Ze proberen zich aan predatie te onttrekken door te broeden op eilanden die omringd zijn door diep water. Op een broedeiland bedroeg het nestsucces meer dan 40%, tegenover 12% buiten dat eiland.[2]

Houseofanimals.nl maakt gebruik van cookies. Voor het plaatsen van noodzakelijke cookies en cookies voor geanonimiseerde websitestatistieken is geen toestemming vereist. Wil je een optimaal werkende website? Geef dan hier toestemming voor het gebruik van de daarvoor benodigde cookies, voor meer informatie zie het privacybeleid.